Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 65 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.

4.3 De onderdelen 1 en 2 gaan kennelijk uit van de veronderstelling dat het hof hiermee heeft geoordeeld dat partijen hebben bedoeld dat het vervreemdingswinstbeding ook de verdeling van de vervreemdingswaarde van het melkquotum regelt. Die veronderstelling is echter onjuist, omdat het oordeel van rechtbank en hof dat de waarde van het melkquotum voor de helft moet worden bijgeteld bij de vervreemdingswinst klaarblijkelijk erop berust dat dit rechtsgevolg naar de aard van dat beding uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit. Het hof heeft dus toepassing gegeven aan art. 6:248 lid 1 BW. De klachten van de onderdelen stuiten hierop af. Voorzover de onderdelen 4 en 5 van dezelfde veronderstelling uitgaan, kunnen die evenmin tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 18527 tot 19306.