Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 66 Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.
4.4 Onderdeel 4 wijst op een aantal omstandigheden die het hof uit het oog zou hebben verloren, en die volgens het onderdeel meebrengen dat het quotum niet is aan te merken als een recht behorende bij de grond maar als een zelfstandig recht los van en naast de grond. Het verbindt daaraan de gevolgtrekking dat onjuist, althans onbegrijpelijk en niet naar de eis der wet met redenen omkleed is dat het melkquotum bij de bepaling van de vervreemdingswinst in aanmerking dient te worden genomen. Het onderdeel kan bij gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het hof heeft geenszins uit het oog verloren dat het melkquotum niet aan de grond gebonden is, maar nu juist evenals de rechtbank (zie het hiervoor in 4.2 geciteerde oordeel) dat quotum aangemerkt als een recht op een gebruiksmogelijkheid dat ingevolge de Beschikking Superheffing "een los verhandelbaar goed" is geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 19326 tot 20235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2 | shasum -a 256