Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 71 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.

5.1 Onderdeel 1 betreft de vraag of de als vervreemdingswinst in aanmerking te nemen (helft van de) opbrengst van het melkquotum al of niet behoort te worden verminderd met de daarover door [eiser] aan de fiscus afgedragen 45% inkomstenbelasting. [Verweerder] c.s. hebben dit geschilpunt, dat de rechtbank in het voordeel van [eiser] had beslist, in hoger beroep in hun incidentele grief aan de orde gesteld. Zij stelden, onder verwijzing naar de uitspraak van de belastingkamer van het gerechtshof te Amsterdam van 8 september 1999, V-N 2000/5.12, dat [eiser], wanneer die tijdig met zijn moeder, broers en zusters de meerwaarde zou hebben afgerekend, slechts belasting verschuldigd zou zijn geweest over de voor hem overblijvende stille reserves/vervreemdingswinst en zijn aandeel in het melkquotum en dat de aan [verweerder] c.s. uit te keren meerwaarde in beginsel onbelast is nu zij geen ondernemer zijn. De onderdelen 1.1 en 1.2 klagen dat het hof met betrekking tot dit punt niet mocht volstaan met zijn oordeel (rov. 5.4 van het tussenarrest) dat aan [eiser] in redelijkheid niet kan worden tegengeworpen dat deze zich niet heeft verzet tegen het standpunt van de fiscus, in een brief van 15 mei 2000, dat in de verhouding fiscus - belastingplichtige voor bepaling van de stakingswinst niet van belang is wat [eiser] met derden/familieleden is overeengekomen, en dat niet aannemelijk is dat de kansen van bezwaar of beroep zo groot zouden zijn geweest dat dit [eiser] in redelijkheid zou dienen te worden tegengeworpen als blijkbaar door [verweerder] c.s. verlangd. Dit onderdeel slaagt. Het hof had inderdaad behoren te beslissen of de volle waarde van het melkquotum als stakingswinst belast was dan wel slechts, zoals [verweerder] c.s. hadden aangevoerd, dat deel van de waarde dat [eiser] zelf mocht behouden, nu het antwoord op die vraag van belang zou kunnen zijn, voor de grootte van de ingevolge het vervreemdingswinstbeding door [eiser] verschuldigde bedragen. Onderdeel 1.3 behoeft gezien het voorgaande geen behandeling meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 23513 tot 25570.