Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 76 Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.
Het hof liet de rente daarom ingaan op een latere dag, te weten 20 maart 1995, zulks in verband met een ingebrekestelling die de advocaat van [verweerder] c.s. heeft doen uitgaan bij brief van 6 maart 1995 en waarin [eiser] een termijn van veertien dagen werd gegeven. Het onderdeel wijst erop dat [verweerder] c.s. in hun memorie van antwoord zich uitdrukkelijk en concreet erop hebben beroepen dat [eiser] in zijn brief van september 1992 heeft uiteengezet dat hij niet tot afdracht van de meerwaarde zal overgaan en hij sedertdien in die houding heeft volhard, en klaagt dat zonder nadere redengeving onvoldoende gemotiveerd is waarom hier dan geen sprake was van de situatie van art. 6:83, aanhef en onder c, BW. De klacht slaagt. Het hof had niet zonder motivering mogen voorbijgaan aan dit beroep van [verweerder] c.s. op de brief van [eiser] van september 1992.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 29833 tot 30715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2 | shasum -a 256