Citaat | Hoge Raad 14 november 2006

Alinea 58 Hoge Raad 14 november 2006

Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7447.

3.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof houdt niet in dat is overgegaan tot beëdiging van deze getuige in de zin van art. 290, tweede lid, Sv. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is geschied. Hoewel het niet naleven van dit voorschrift niet met nietigheid is bedreigd, moet dit verzuim toch nietigheid ten gevolge hebben, aangezien het behoort tot het wezen van het strafproces, dat op de terechtzitting getuigen onder ede of belofte worden gehoord. Het middel is in zoverre gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16153a4bd86f32f9d11968ab484a9e734e0bf7d3ef8516d84e46b09fce57838. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16153a4bd86f32f9d11968ab484a9e734e0bf7d3ef8516d84e46b09fce57838, en de alinea staat in dat document op bytes 15918 tot 16449.