Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2006
Alinea 47 Hoge Raad 3 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7487.
4.3. Het volgende moet worden vooropgesteld. Bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen. De wetgever heeft de rechter grote vrijheid gelaten of en zo ja, in welke mate hij rekening wil houden met zodanige kosten. De beslissing daaromtrent behoeft in het algemeen geen motivering. Wanneer evenwel, zoals in het onderhavige geval, door of namens de veroordeelde gemotiveerd en met specificatie van de desbetreffende posten het verweer is gevoerd dat bepaalde kosten bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te worden afgetrokken, zal de rechter in zijn uitspraak tot uitdrukking behoren te brengen hetzij dat de gestelde kosten niet kunnen gelden als kosten die in directe relatie staan tot het delict, hetzij dat zij wel als zodanig kunnen gelden maar dat zij - al dan niet gedeeltelijk - voor rekening van de veroordeelde dienen te blijven (vgl. HR 30 oktober 2001, NJ 2002, 124).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d934038cd33420ace6c0ec1eef22cf509ae57a5c9e411c595dbcfe7c24e4a463. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d934038cd33420ace6c0ec1eef22cf509ae57a5c9e411c595dbcfe7c24e4a463, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d934038cd33420ace6c0ec1eef22cf509ae57a5c9e411c595dbcfe7c24e4a463 | shasum -a 256