Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 41 Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7774.
3.2.2 De kantonrechter oordeelde dat overeenkomstig de hoofdregel van (thans) art. 150 Rv. op [eiser] de bewijslast rustte van hetgeen hij stelde en heeft hem daarom bij tussenvonnis van 5 september 2001 dat te bewijzen opgedragen. Na de in dat kader gehouden getuigenverhoren heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 17 april 2002 [eiser] niet geslaagd geacht in het hem opgedragen bewijs en daarom de vordering afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ef3c5bb74fd2d049cb8435132632b8180d0fe3dbd16545f285128b6ad13913. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ef3c5bb74fd2d049cb8435132632b8180d0fe3dbd16545f285128b6ad13913, en de alinea staat in dat document op bytes 10357 tot 10794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5ef3c5bb74fd2d049cb8435132632b8180d0fe3dbd16545f285128b6ad13913 | shasum -a 256