Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2006
Alinea 58 Hoge Raad 13 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7802.
Het middel voert aan dat het hof ten onrechte, althans met niet-inachtneming van de motiveringsplicht, heeft overwogen dat [eiser 1] in hoger beroep nadere feiten en omstandigheden had moeten stellen op grond waarvan het door hem gestelde karakter van waarborgsom van de betaling bewezen zou kunnen worden geacht. Het middel faalt. [eiser 1] heeft in eerste aanleg bewijs aangeboden door het horen van alle betrokken partijen als getuigen. Dat bewijsaanbod had betrekking op het totstandkomen van de overeenkomst en betrof daarmee tevens hetgeen [eiser 1] in dat verband had gesteld aangaande de aard van de overeengekomen betaling van ƒ 20.000,--. In eerste aanleg zijn over dit bewijsthema alle betrokken partijen als getuigen gehoord. Dit in aanmerking genomen, moet rov. 4.4.4 zo worden begrepen dat, nu [eiser 1] in hoger beroep niet heeft aangegeven op welke punten hij met betrekking tot genoemd bewijsthema aanvullend bewijs zou kunnen leveren door het horen van de reeds in eerste aanleg gehoorde getuigen, hij niet tot nadere bewijslevering werd toegelaten. Aldus opgevat geeft 's hofs oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde het geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0289d325ee22b860a815049115cd4e466d0046efbc00644d9467308bf0b185. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0289d325ee22b860a815049115cd4e466d0046efbc00644d9467308bf0b185, en de alinea staat in dat document op bytes 20322 tot 21523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e0289d325ee22b860a815049115cd4e466d0046efbc00644d9467308bf0b185 | shasum -a 256