Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2006
Alinea 59 Hoge Raad 13 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7803.
3.5.1 Middel 2 keert zich tegen de beslissing van het hof in rov. 4.13 dat aan de bewijsaanbiedingen van [eiser] kon worden voorbijgegaan. Het klaagt dat het hof een verboden prognose heeft gegeven ten aanzien van het bewijs dat, met betrekking tot de stukken die [eiser] van [verweerster] c.s. in zijn bezit heeft gehad, zou kunnen worden ontleend aan de getuigenverklaring van [betrokkene 2], die meer dan twintig jaar in loondienst als boekhouder voor [verweerster] c.s. heeft gewerkt, en dat het ten onrechte heeft nagelaten door middel van een bewijsopdracht vast te stellen over welke door [verweerster] c.s. opgevorderde stukken [eiser] beschikte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41db39d005130f71ca8c25245d1291680e823b3ad00b1732369ef8c1f7872800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41db39d005130f71ca8c25245d1291680e823b3ad00b1732369ef8c1f7872800, en de alinea staat in dat document op bytes 15516 tot 16183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41db39d005130f71ca8c25245d1291680e823b3ad00b1732369ef8c1f7872800 | shasum -a 256