Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2006

Alinea 61 Hoge Raad 13 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7803.

3.6 Middel 3 bevat, voorzover duidelijk, de klacht dat het hof is voorbijgegaan aan het met stukken onderbouwde betoog van [eiser], naar voren gebracht bij gelegenheid van de pleidooien voor het hof, dat hij inmiddels had voldaan aan de in reconventie door de rechtbank uitgesproken veroordeling. De klacht faalt. Het hof heeft kennelijk, en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat [eiser] zich hier beriep op een feit dat aan de juistheid van de door hem bestreden beslissing van de rechtbank niet kon afdoen. Tot verdere motivering was het hof niet gehouden. Het middel voldoet voor het overige niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41db39d005130f71ca8c25245d1291680e823b3ad00b1732369ef8c1f7872800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41db39d005130f71ca8c25245d1291680e823b3ad00b1732369ef8c1f7872800, en de alinea staat in dat document op bytes 16776 tot 17477.