Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 59 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8295.

Deze rechten spruiten voort uit het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor, waartoe het recht op tegenspraak behoort, aldus het onderdeel, dat in dit verband ook een beroep doet op het beginsel van een eerlijk proces dat wordt gewaarborgd door art. 6 EVRM. Daarom gelden deze rechten ook in een verhoor op grond van art. 66 F. indien een "wederpartij" valt te onderkennen, althans indien dit getuigenverhoor bewijs kan opleveren met dezelfde rechtskracht in een procedure als het bewijs dat kan worden verkregen in een voorlopig getuigenverhoor. Een en ander klemt te meer nu de curator onder meer wel kan bepalen welke getuigen gehoord zullen worden althans daarop invloed kan uitoefenen, vragen mag stellen en opmerkingen mag maken, terwijl de rechter-commissaris minder onafhankelijk en onpartijdig is dan de rechter-commissaris in een voorlopig getuigenverhoor, zo betoogt het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae5010ed71686426fb5f21de0ca9430644dcce9a766d291caab9075e313b6435. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae5010ed71686426fb5f21de0ca9430644dcce9a766d291caab9075e313b6435, en de alinea staat in dat document op bytes 20619 tot 21529.