Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 63 Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8295.
3.4 De onderdelen 2 tot en met 9 vallen de hierboven geciteerde rov. 3.7 met een groot aantal rechts- en motiveringsklachten aan. Zij kunnen niet tot cassatie leiden, omdat reeds uit het vorenoverwogene volgt dat de rechtbank, wat er zij van de verschillende onderdelen van haar motivering, terecht tot de conclusie is gekomen dat de Bank in het kader van een getuigenverhoor op de voet van art. 66 F. niet dezelfde rechten toekomen als aan een wederpartij bij een voorlopig getuigenverhoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae5010ed71686426fb5f21de0ca9430644dcce9a766d291caab9075e313b6435. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae5010ed71686426fb5f21de0ca9430644dcce9a766d291caab9075e313b6435, en de alinea staat in dat document op bytes 24797 tot 25301.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae5010ed71686426fb5f21de0ca9430644dcce9a766d291caab9075e313b6435 | shasum -a 256