Citaat | Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 62 Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8843.

Anders dan het onderdeel betoogt, is er geen grond bij de beantwoording van de hiervoor bedoelde vragen telkens te betrekken of de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de deelgenoten beheerst, in een andere richting wijzen. Ten aanzien van die vragen is namelijk de redelijkheid en billijkheid reeds in de maatstaf verdisconteerd door de invloed die wordt toegekend aan de maatschappelijke opvattingen. Deze objectieve maatstaf dient de rechtszekerheid welke ten aanzien van de omvang van de huwelijksgemeenschap haar gewicht in de schaal werpt in verband met de mogelijke rechten van derden. Het voorgaande brengt mee dat het onderdeel berust op een onjuiste rechtsopvatting en daarom faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcdf38ffb66dd521f6bc79500c0b945f33dd8f9778ed15f31d40167e0e60648. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcdf38ffb66dd521f6bc79500c0b945f33dd8f9778ed15f31d40167e0e60648, en de alinea staat in dat document op bytes 15354 tot 16081.