Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 51 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8847.

Naar aanleiding van de tweede grief, waarin de vrouw zich beriep op art. 1:141 lid 3 BW heeft het hof in rov. 32 overwogen dat uit het betoog van de vrouw niet volgt welke vermogensbestanddelen met het overgespaarde inkomen zijn verworven, en dat de vrouw onvoldoende heeft weersproken dat het arbeidsinkomen ten tijde van het huwelijk volledig is verteerd. In rov. 33 heeft het hof zich eveneens aangesloten bij het oordeel van de rechtbank dat de echtelijke woning te [plaats B] alsmede de aandelen die de man heeft in de vennootschappen niet tot het te verrekenen vermogen behoren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6b2f4726179698c6b6cf1cd2a859df0109744747c77b31657d462f916a58162. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6b2f4726179698c6b6cf1cd2a859df0109744747c77b31657d462f916a58162, en de alinea staat in dat document op bytes 18202 tot 18799.