Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 72 Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9178.

jurisprudentie heeft geoordeeld, kunnen verklaringen en mededelingen van de raadsman die ter terechtzitting, al dan niet op de voet van art. 279, eerste lid, Sv, als zodanig optreedt, niet als wettige bewijsmiddelen gelden (vgl. HR 15 september 1980, NJ 1981, 13 en HR 8 januari 2002, NJ 2002, 340). Daarmee valt niet te verenigen dat een door de raadsman overgelegde pleitnota wel als zodanig zou kunnen gelden. Een dergelijke pleitnota kan dus niet worden aangemerkt als een wettig bewijsmiddel, meer in het bijzonder niet als een ander geschrift als bedoeld in art. 344, eerste lid onder 5°, Sv. Dat geldt ook ten aanzien van een pleitnota van een raadsman van een medeverdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf7d4b0d4da80c588d534d0a33db0f6bb12d3c9e891b4d34fe80983fdc961a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf7d4b0d4da80c588d534d0a33db0f6bb12d3c9e891b4d34fe80983fdc961a9, en de alinea staat in dat document op bytes 26258 tot 26954.