Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2006
Alinea 74 Hoge Raad 31 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9178.
4.3.2. In de hiervoor onder 3.2.3 opgenomen, in het middel in de eerste plaats genoemde bewijsoverweging heeft het Hof overwogen dat ter terechtzitting is gebleken dat bij het "leestafel-zooien" en bij vergelijkbare "ludieke spellen" vaker mensen gewond raken. In de hiervoor onder 3.2.4 opgenomen nadere bewijsoverweging heeft het Hof als de wettige bewijsmiddelen waaraan het de feiten en omstandigheden waarop deze vaststelling steunt, heeft ontleend, aangewezen: het proces-verbaal van politie met de aangifte van [het slachtoffer], een geschrift, houdende medische informatie, en een gedeelte uit de in eerste aanleg overgelegde pleitnota van de raadsman van de verdachte mr. Van Stigt. Voor wat dat laatste betreft heeft het Hof miskend hetgeen hiervoor onder 4.2 is vooropgesteld. Tot cassatie behoeft dit niet te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf7d4b0d4da80c588d534d0a33db0f6bb12d3c9e891b4d34fe80983fdc961a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf7d4b0d4da80c588d534d0a33db0f6bb12d3c9e891b4d34fe80983fdc961a9, en de alinea staat in dat document op bytes 27236 tot 28078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebf7d4b0d4da80c588d534d0a33db0f6bb12d3c9e891b4d34fe80983fdc961a9 | shasum -a 256