Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 68 Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9180.

4.3.3. Wat de tweede in het middel aangevallen bewijsoverweging betreft, geldt het volgende. Blijkens de hiervoor onder 3.2.3 weergegeven overweging heeft het Hof aannemelijk geacht dat de verdachte en de medeverdachten ervan uitgingen dat de bestuursleden die de tafel moesten tegenhouden, in die mate 'voor zichzelf zouden zorgen' dat zij zelf ernstige ongelukken zouden weten te vermijden. Gelet op het vervolg van de overweging heeft het Hof die passage kennelijk opgenomen om aan te geven dat van (voorwaardelijk) opzet geen sprake was en dat de verdachte daarom van de desbetreffende onderdelen van de tenlastelegging diende te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2a96c0dc023f85d65a20bc8f95aa5ec6da8ae60f7f82f47404ae5d7400d0fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2a96c0dc023f85d65a20bc8f95aa5ec6da8ae60f7f82f47404ae5d7400d0fb, en de alinea staat in dat document op bytes 28028 tot 28697.