Citaat | Hoge Raad 3 november 2006
Alinea 48 Hoge Raad 3 november 2006
Een alinea uit Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9701.
3.2 [Verweerster] heeft het haar volgens de uitspraak van de CAO-commissie toekomende bedrag niet willen accepteren en vordert in dit geding uitbetaling van het volledige in de beëindigingsovereenkomst vermelde bedrag. De reconventionele vordering van de Bank speelt in cassatie geen rol. De Bank heeft primair betoogd dat [verweerster] in haar vordering niet-ontvankelijk is, omdat in het Deelakkoord de CAO-commissie is aangewezen als instantie die een partijen bindende uitspraak doet en [verweerster] het geschil aan deze commissie ook heeft voorgelegd. De kantonrechter heeft dat verweer verworpen omdat hij van oordeel was dat het onderhavige geschil niet betrekking heeft op de inhoud of uitvoering van het Deelakkoord, maar op de fase daarna: de rechtsgeldigheid van de beëindigingsovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e0534f9e060e2bc84e5041667d747d4b65420058cd234f1784abf0534c0b62b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e0534f9e060e2bc84e5041667d747d4b65420058cd234f1784abf0534c0b62b, en de alinea staat in dat document op bytes 13064 tot 13883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e0534f9e060e2bc84e5041667d747d4b65420058cd234f1784abf0534c0b62b | shasum -a 256