Citaat | Hoge Raad 14 november 2006
Alinea 71 Hoge Raad 14 november 2006
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY0127.
3.13. Voor zover het middel erover bedoelt te klagen dat het Hof bij de straftoemeting feit 2 heeft meegewogen, waarvoor de verdachte is vrijgesproken, mist het feitelijke grondslag. Het Hof heeft immers in dat verband de strafoplegging door de Rechtbank voor ogen gehad en tot uitdrukking gebracht dat feit 2, zo het bewezen zou zijn verklaard, in het geheel van frauduleuze handelingen een ondergeschikte rol speelt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaf5bbc3d7dab9ea9fee0783107c6a1e9234153c6b6c24192c1d2ad076646847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaf5bbc3d7dab9ea9fee0783107c6a1e9234153c6b6c24192c1d2ad076646847, en de alinea staat in dat document op bytes 22647 tot 23078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaf5bbc3d7dab9ea9fee0783107c6a1e9234153c6b6c24192c1d2ad076646847 | shasum -a 256