Citaat | Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 41 Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY0417.

"Aangezien de alimentatieplicht van de man tenminste vijftien jaar heeft geduurd, is deze in beginsel voor beëindiging vatbaar. Gesteld en niet betwist is dat beëindiging van de alimentatie in het onderhavige geval ingrijpend is; partijen strijden over de vraag of beëindiging van de vrouw mag worden gevergd. Aan de zijde van de man is van belang dat hij al langer dan vijftien jaar alimentatie betaalt en dat hij de voortdurende alimentatieverplichting als een psychische druk ervaart. Uit het feit dat de man zijn draagkracht niet ter discussie heeft gesteld, leidt het hof af dat de man financieel nog steeds in staat is partneralimentatie te betalen. Aan de zijde van de vrouw is van belang dat zij al langer dan vijftien jaar alimentatie ontvangt, dat haar behoefte is afgenomen, gelet op de lange tijd die verstreken is sinds de echtscheiding en haar huidige geringe woonlasten. Voorts, dat zij, terwijl zij ermee rekening had kunnen houden dat de alimentatie zou eindigen en er een zekere financiële zelfstandigheid van haar zou worden verlangd, niet van enige inspanning in de laatste jaren heeft doen blijken om haar inkomen te vergroten en na het einde van de alimentatie zelf in voldoende mate in haar levensonderhoud te gaan voorzien, terwijl dat wel van haar kon en mocht worden verwacht. Daarbij neemt het hof, naast de afgenomen behoefte, in aanmerking dat de vrouw al in 1994 weer aan het arbeidsproces is gaan deelnemen, maar sindsdien nooit meer dan parttime heeft gewerkt en dat niet is gebleken dat zij zich heeft laten bijscholen of op zoek is gegaan naar een andere betrekking waarmee zij haar inkomen had kunnen vermeerderen, terwijl geen factoren zijn gesteld of aannemelijk geworden die deze inspanningen verhinderden. Niet is komen vast te staan dat de vrouw bij de scheiding en deling van de gemeenschap is onderbedeeld, dat zij na het einde van de alimentatie haar woning zal moeten 'opeten' of dat zij een beroep zal moeten doen op een bijstandsuitkering. Deze omstandigheden in aanmerking genomen en in onderling verband gewogen brengen het hof tot het oordeel, dat beëindiging van de alimentatie niet zodanig ingrijpend is, dat zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw mag worden gevergd. Ook het feit dat de vrouw geen aanspraak maakt op een deel van het pensioen van de man, maakt het oordeel van het hof niet anders."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecbd96c8e9360df82d3baabb1bf590ad0fc354de47b0d29c36cb0fd6e59e006a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecbd96c8e9360df82d3baabb1bf590ad0fc354de47b0d29c36cb0fd6e59e006a, en de alinea staat in dat document op bytes 12217 tot 14616.