Citaat | Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 58 Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY4033.

3.3 Onderdeel 1.3 van het tegen dit oordeel gerichte middel houdt, kort samengevat, met name in dat het Hof heeft miskend dat partijen niet bevoegd zijn vorderingen die, zoals de hiervoor in 1 onder 1(a)-(c) vermelde, ertoe strekken de nietigheid in te roepen van een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders en/of het bestuur van een naamloze vennootschap, te onderwerpen aan de beslissing van een scheidsman. Partijen hebben over zodanige vorderingen immers niet de vrije beschikking in de zin van art. 500 (oud) RvNA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccbee4f84c3bc8091057aea570a8df395dd7f36d5bf1d7feb065e22deac00659. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccbee4f84c3bc8091057aea570a8df395dd7f36d5bf1d7feb065e22deac00659, en de alinea staat in dat document op bytes 14293 tot 14840.