Citaat | Hoge Raad 28 november 2006

Alinea 39 Hoge Raad 28 november 2006

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8961.

16. Ten derde: Tegenover de rechter-commissaris vertelde [aangever] dat hij geregeld naar ene [betrokkene 1] ging en dan weliswaar met [betrokkene 2] in de metro maar zij ging vervolgens niet mee. Dit terwijl hij ook verklaarde dat die [betrokkene 1] degene zou zijn die door zijn moeder in haar verklaring (A-1-1) wordt aangeduid met de vriend van [betrokkene 2]. [Betrokkene 1] zou dus de vriend van [betrokkene 2] zijn maar zij ging nooit met [aangever] mee naar [betrokkene 1]. Achteraf wordt de relatie tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij de rechter-commissaris ontkracht. Wat is waar? Een opmerkelijk verhaal, niet waar?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bd2ad973f7bcddeeeaa222b68d4a315b59fa3ba782a136f70540528242a7599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bd2ad973f7bcddeeeaa222b68d4a315b59fa3ba782a136f70540528242a7599, en de alinea staat in dat document op bytes 14554 tot 15202.