Citaat | Hoge Raad 10 november 2006
Alinea 49 Hoge Raad 10 november 2006
Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9216.
b. Wanneer een arbeidsparticipatie die binnen de bij of krachtens de Arbeidstijdenwet nauwkeurig vastgestelde grenzen blijft om welke reden dan ook door de Staat onwenselijk wordt geacht, ligt het voor de hand dat de Staat deze regels aanscherpt. Wanneer de vaststelling van een minimumjeugdloon zou leiden tot een arbeidsparticipatie buiten de bedoelde grenzen, ziet het hof niet in waarom een verscherpte controle op naleving van de wettelijke grenzen om overschrijding hiervan te voorkomen niet tot de mogelijkheden zou behoren. De Staat heeft evenmin aangevoerd dat wanneer een minimumloon voor 13- en 14-jarigen zou worden ingevoerd, adequate controle op het verrichten van arbeid door jeugdigen van deze leeftijden niet mogelijk of onredelijk bezwarend zou zijn. (rov. 3.5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b6da1bd4ee6a18f6d7270127850971f1bb6168978ec20796a951056d5942903. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b6da1bd4ee6a18f6d7270127850971f1bb6168978ec20796a951056d5942903, en de alinea staat in dat document op bytes 14723 tot 15516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b6da1bd4ee6a18f6d7270127850971f1bb6168978ec20796a951056d5942903 | shasum -a 256