Citaat | Hoge Raad 21 november 2006
Alinea 28 Hoge Raad 21 november 2006
Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9673.
3.5. In 's Hofs hiervoor onder 3.2 weergegeven over-wegingen ligt besloten diens oordeel dat de Rechter-Commissaris in het onderhavige geval in redelijkheid tot het afgeven van de machtiging aan de Officier van Justitie tot het doen opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel heeft kunnen komen. Dat oordeel geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat - naar het Hof heeft vastgesteld - het in dit geval vermoedelijk ging om diefstal of verduistering, door brandweerpersoneel, van een mobiele telefoon die in een brandweerauto in een afgesloten brandweerkazerne lag, waardoor - mede gelet op de mogelijk ernstige gevolgen van het delict - de materiële en de personele betrouwbaarheid, alsmede de integriteit van het brandweerkorps in het geding waren, zodat spoed was geboden bij het opsporen van de dader(s).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4be4fa69374a40c57af82c45bffd6aaf2009a3a25150f7b74e2ffdee5da8d576. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4be4fa69374a40c57af82c45bffd6aaf2009a3a25150f7b74e2ffdee5da8d576, en de alinea staat in dat document op bytes 13486 tot 14387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4be4fa69374a40c57af82c45bffd6aaf2009a3a25150f7b74e2ffdee5da8d576 | shasum -a 256