Citaat | Hoge Raad 26 september 2006

Alinea 15 Hoge Raad 26 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0721.

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52d5bfce9d544ef997a723dbc1d8f15b931d8e515e088c143dbb0517be8f88fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52d5bfce9d544ef997a723dbc1d8f15b931d8e515e088c143dbb0517be8f88fc, en de alinea staat in dat document op bytes 4726 tot 5375.