Citaat | Hoge Raad 2 maart 2007

Alinea 21 Hoge Raad 2 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AS4097.

3.4.1. Voorzover de middelen zijn gericht tegen het hiervoor weergegeven oordeel van het Hof omtrent de heffingsbevoegdheid van de Nederlandse douaneautoriteiten, wordt het volgende vooropgesteld. De bevoegdheid tot invordering van de eventueel verschuldigde rechten en andere heffingen wordt bepaald op basis van de resultaten van een door de lidstaat van vertrek ingesteld onderzoek naar (de plaats van) het ontstaan van de douaneschuld, zulks op grond van artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 719/91 en artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1593/91 (welke verordeningen van toepassing waren tot 1 januari 1994) dan wel (vanaf 1 januari 1994) de vrijwel identieke artikelen 454 en 455 van de Uitvoeringsverordening CDW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1, en de alinea staat in dat document op bytes 9977 tot 10718.