Citaat | Hoge Raad 2 maart 2007

Alinea 22 Hoge Raad 2 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AS4097.

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen volgt dat de douaneautoriteiten van het kantoor van vertrek in het kader van dat onderzoek aan de aangever moeten mededelen dat de goederen en het vervoersdocument het kantoor van bestemming niet (op regelmatige wijze) hebben bereikt en daarbij de aangever moeten verzoeken om binnen een termijn van één jaar bewijs te leveren over de plaats van de overtreding of de onregelmatigheid. Zijn een zodanige mededeling en een zodanig verzoek niet gedaan, dan heeft dat verzuim tot gevolg dat de Inspecteur niet bevoegd is te heffen (vgl. Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, met name de arresten van 21 oktober 1999, Lensing & Brockhausen, C-233/98, Jurispr. blz. I-7349 en van 23 maart 2000, Met-Trans en Sagpol, C-310/98 en C-406/98, Jurispr. blz. I-1797). Dit geldt ook in de situatie waarin de douaneautoriteiten aanvankelijk op basis van valse handtekeningen en stempels hebben aangenomen dat de goederen bij het douanekantoor van bestemming waren aangeboden en op grond van een onderzoek achteraf de valsheid van de handtekeningen en stempels wordt ontdekt (vgl. het hiervoor aangehaalde arrest Met-Trans en Sagpol alsmede HR 11 april 2003, nr. 37519, BNB 2003/252).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1, en de alinea staat in dat document op bytes 10726 tot 11999.