Citaat | Hoge Raad 2 maart 2007
Alinea 23 Hoge Raad 2 maart 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AS4097.
3.4.2. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat de Inspecteur zich bij het vaststellen van de uitnodigingen tot betaling of in de bezwaarfase of voor het Hof voor zijn bevoegdheid tot invorderen heeft beroepen op het gedaan zijn door hem van een mededeling en verzoek in de hiervoor bedoelde zin. Dit brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat de Inspecteur niet bevoegd was de verschuldigde douanerechten, omzetbelasting en accijnzen te heffen. Het Hof heeft zulks miskend. De middelen 1 en 3 slagen in zoverre. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1, en de alinea staat in dat document op bytes 12037 tot 12742.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eefbcf965535ac2bdb931b75570a01b1e2a9748bbab97af7de7bd6d093afeee1 | shasum -a 256