Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2007

Alinea 24 Hoge Raad 12 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX8608.

3.5. Aldus komt de Hoge Raad toe aan de door het Hof onbehandeld gelaten vraag of de werkzaamheden van een Europarlementariër, die zonder twijfel van zelfstandige aard zijn, tevens soortgelijk zijn aan die van de beoefenaar van een vrij beroep. De Hoge Raad beantwoordt die vraag ontkennend. Anders dan een beoefenaar van een vrij beroep oefent een lid van het Europees Parlement een vertegenwoordigende en controlerende functie uit van politieke aard. Een dergelijke politieke functie heeft een wezenlijk ander karakter dan het beoefenen van een vrij beroep. Dat geldt ook voor de werkzaamheden die in het kader van de uitoefening van een dergelijke politieke functie worden verricht: die werkzaamheden verschillen qua aard wezenlijk van de werkzaamheden van een beoefenaar van een vrij beroep en kunnen niet worden aangemerkt als daaraan soortgelijk in de zin van (telkens) artikel 14 van de hiervoor genoemde verdragen. De slotsom luidt dat die artikelen niet van toepassing zijn op de inkomsten en voordelen die genoten worden uit de functie van lid van het Europees Parlement. Zodanige inkomsten en voordelen moeten worden gerangschikt onder (telkens) artikel 22 van die verdragen (het zogenoemde restartikel) en mogen dientengevolge worden belast in de woonstaat van belanghebbende, Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7f0fbd696e82a01f38a5e6fb32272d171bd7143c31fe1aa344ce19650dca8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7f0fbd696e82a01f38a5e6fb32272d171bd7143c31fe1aa344ce19650dca8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 9356 tot 10669.