Citaat | Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 21 Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX9111.
3.2.3. Op grond van de tussen het bepaalde in artikel 26b en artikel 29, lid 4, van de Wet bestaande samenhang - welke ook de wetgever voor ogen heeft gestaan, blijkens de in de onderdelen 2.1 en 2.2 van de conclusie van de Advocaat-Generaal weergegeven wetsgeschiedenis - moet onder het verstrekken van naam, adres en woonplaats door de werknemer aan de inhoudingsplichtige, op niet-nakoming van de verplichting waartoe eerstvermeld artikel een sanctie stelt, worden verstaan het verstrekken van die gegevens op de wijze als in laatstvermeld artikellid geregeld, dus door middel van een loonbelastingverklaring. Daaruit volgt dat, ingeval de verstrekking van naam, adres of woonplaats van de werknemer niet door middel van een loonbelastingverklaring is geschied, het in artikel 26b voorgeschreven anoniementarief moet worden toegepast, ook in het geval waarin de inhoudingsplichtige langs andere weg van naam, adres en woonplaats van de werknemer op de hoogte is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7460f3de1c26b2cf6c8918f98710d4c054aa4ee8528fe634b9665ab999051493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7460f3de1c26b2cf6c8918f98710d4c054aa4ee8528fe634b9665ab999051493, en de alinea staat in dat document op bytes 8781 tot 9760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7460f3de1c26b2cf6c8918f98710d4c054aa4ee8528fe634b9665ab999051493 | shasum -a 256