Citaat | Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 140 Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213.

9.4.1.2. Bij onderzoek van het materiaal in het eivormige gele flesje dat in deze zaak is aangemerkt als geïmproviseerde explosieve constructie [1.001/3.005], in het monster uit de zak ASEF kunstmest [1.002/3.006], in het monster uit de fles met opschrift "brandspiritus" [3.004] en uit het monster uit een aangetroffen blik [3.007] is vastgesteld dat de samenstelling in alle gevallen zodanig was dat deze materialen op geen enkele wijze enige rol kunnen spelen als (grondstof voor een) explosieve lading.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122, en de alinea staat in dat document op bytes 27186 tot 27706.