Citaat | Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 208 Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213.
Bij de beantwoording van de vraag of van strafbare voorbereiding sprake is geweest, gaat het dus om de vraag wat de kennelijke bedoeling van de verdachte was, in samenhang met de aard van die voorwerpen. Het gaat bij dat laatste niet alleen om de vraag of een middel in abstracto enige bijdrage kan leveren tot het begaan van het misdrijf dat de verdachte op het oog heeft, maar ook om het reële belang dat het betreffende materiaal voor het plegen van het uiteindelijke misdrijf zal kunnen hebben en - daarmee - de concrete en/of acute gevaarzetting die van het vervaardigen of voorhanden hebben van dat materiaal uitgaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122, en de alinea staat in dat document op bytes 45303 tot 45940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122 | shasum -a 256