Citaat | Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 210 Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213.

9.6.4. Het hof heeft er op grond van het hierboven omtrent de intentie van de verdachte overwogene geen twijfel over dat de verdachte niet alleen sympathie koestert voor terroristische acties zoals (bom)aanslagen, maar dat hij door zijn bijdrage aan de werving van 'strijders' die sympathie ook handen en voeten geeft. Het oordeel over die gerichtheid op terrorisme wordt alleen maar verder versterkt doordat - naar het hof als vaststaand aanneemt - het de verdachte is geweest die heeft geprobeerd om een geïmproviseerd explosief mechanisme te vervaardigen. In zoverre bestaat bij het hof geen twijfel over de volle omvang van de terroristische intenties van de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122, en de alinea staat in dat document op bytes 46131 tot 46818.