Citaat | Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 223 Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213.

"De gebezigde middelen moeten kennelijk bestemd zijn tot het criminele doel. De misdadige bestemming moet voor de gemiddelde rechtsgenoot, gelet op de omstandigheden waaronder de middelen werden gebruikt en aangetroffen, in het oog springen. Het wederrechtelijkheidsgehalte van de verboden gedraging wordt uiteraard bij de voorbereidingshandeling ontleend aan het uiteindelijk voorgestelde doel en niet zoals bij het voltooide delict - aan het gevolg. Dit betekent dat de causaliteit die bij de poging en het volkomen delict zo'n grote rol speelt hier vrijwel buiten spel staat en dat haar functie wordt overgenomen door de finaliteit van de daad."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122, en de alinea staat in dat document op bytes 51734 tot 52395.