Citaat | Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 232 Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213.
3.7. Bij de beantwoording van de vraag of de in art. 46, eerste lid, (oud) Sr vermelde voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen (hierna gezamenlijk ook als 'voorwerpen' aan te duiden), afzonderlijk of gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm "kennelijk bestemd" zijn tot het begaan van het misdrijf in de zin van deze bepaling, kan, naar mede volgt uit de vorenweergegeven wetsgeschiedenis, niet worden geabstraheerd van het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122, en de alinea staat in dat document op bytes 54676 tot 55231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b914f04ef28165ed9b5b6c0c7d25bf90e33f852d3e61e8ec156d5c7a7bb37122 | shasum -a 256