Citaat | Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 25 Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0613.

feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat partijen (in afwijking van hetgeen in de op 15 oktober 1990 verleden transportakte staat) zijn overeengekomen dat het voorkeursrecht van [verweerder] slechts zou bestaan ingeval de v.o.f. "V.O.F. [A] en [B]" voor 1 januari 1999 zou worden beëindigd en [A] B.V. (een door [verweerder] beheerste vennootschap) gebruik zou maken van haar recht om het tuinbouwbedrijf van de v.o.f. voort te zetten. Na getuigenverhoren en een comparitie van partijen heeft de rechtbank bij eindvonnis van 24 september 2003 voor recht verklaard dat [verweerder], ondanks het bepaalde onder D van de op 15 oktober 1990 verleden akte, geen voorkeursrecht heeft met betrekking tot het onderhavige perceel, en [eiser] mitsdien terzake geen boete aan [verweerder] verschuldigd is geworden. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265, en de alinea staat in dat document op bytes 6479 tot 7372.