Citaat | Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 41 Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0613.

(iii) Op 15 oktober 1990 heeft ten overstaan van notaris [betrokkene 2] de overdracht van het perceel plaatsgevonden, zulks zonder dat in de tussenliggende periode de broers over de inhoud van de op 26 september 1990 aan hen toegestuurde concept-akte hadden gesproken. Alleen [eiser] is in persoon bij de notaris verschenen. In de transportakte is onder meer de verplichting van de koper ([eiser]) neergelegd het perceel aan de verkoper ([verweerder]) aan te bieden in geval van vervreemding of bezwaring en in geval van beëindiging van de vennootschap onder firma tussen [A] B.V. en [B] B.V. vóór 1 januari 1999, met bepaling op welke wijze de koopprijs tot stand zou komen indien [verweerder] gebruik zou maken van het hem verleende recht van voorkeur, en onder bepaling dat degene die de op hem rustende verplichting niet of onvolledig zou nakomen een onmiddellijk opeisbare boete van ƒ 500.000,-- zou verbeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265, en de alinea staat in dat document op bytes 10515 tot 11447.