Citaat | Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 45 Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0613.

3.2 [Eiser] heeft tegen [verweerder] een vordering ingesteld die strekt tot het geven van een verklaring voor recht dat diens voorkeursrecht is vervallen en dat aan het tussen partijen overeengekomen boetebeding geen gelding toekomt. De rechtbank heeft [eiser] toegelaten te bewijzen dat partijen, in afwijking van hetgeen in de transportakte van 15 oktober 1990 is vermeld, zijn overeengekomen dat het voorkeursrecht van [verweerder] slechts zou bestaan als de hiervoor in 3.1 onder (ii) genoemde v.o.f. vóór 1 januari 1999 zou worden beëindigd en [A] B.V. gebruik zou maken van haar recht het tuinbouwbedrijf van de v.o.f. voort te zetten. In haar eindvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat [eiser] dit bewijs heeft geleverd en heeft zij diens vorderingen toegewezen als hiervoor onder 1 is vermeld. Het hof heeft dit vonnis vernietigd en de vorderingen van [eiser] afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d9efa457b88b52f0ba33b6366c90c18c80d3e23a2c4264233bcb552809e7265, en de alinea staat in dat document op bytes 12155 tot 13052.