Citaat | Hoge Raad 6 februari 2007

Alinea 31 Hoge Raad 6 februari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2129.

3.4. Anders dan in de toelichting wordt verondersteld, stelt geen van de op de raadkamerprocedure toepasselijke art. 21 tot en met 25 Sv nietigheid op het verzuim om te beslissen op een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige. Het verzuim is ook niet begaan onder omstandigheden dat het geacht moet worden zodanig met een goede procesorde in strijd te zijn dat het de nietigheid van het onderzoek door de Rechtbank in raadkamer ten gevolge zou moeten hebben. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen (a) dat aan het verzoek slechts ten grondslag is gelegd dat de verdediging "betwijfelt" of de door genoemde Huisman inbeslaggenomen en niet-teruggeven stukken betrekking hebben op het rechtshulpverzoek, (b) dat de Officier van Justitie heeft medegedeeld dat Huisman in een ambtsedig proces-verbaal heeft gerelateerd dat bedoelde inbeslaggenomen stukken betrekking hebben op het rechtshulpverzoek, (c) dat de Rechtbank in de bestreden beschikking heeft vastgesteld "dat, blijkens de brief van de rechter-commissaris van 21 september 2005, op verzoek van de rechter-commisaris door de FIOD-ECD op 16 september 2005 een controle van het materiaal heeft plaatsgevonden, waarna de stukken die niet van belang waren voor het onderzoek zijn teruggeven" en (d) de aard van de onderhavige procedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8beaba8ef3ad9d12eec73bb1f924a8a1c1755cc61f8e433d05928b89b08133e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8beaba8ef3ad9d12eec73bb1f924a8a1c1755cc61f8e433d05928b89b08133e, en de alinea staat in dat document op bytes 10987 tot 12308.