Citaat | Hoge Raad 16 februari 2007

Alinea 46 Hoge Raad 16 februari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2593.

3.5.3 Overigens merkt de Hoge Raad naar aanleiding van de klacht het volgende op. Terecht klaagt het middel niet over de toepassing door het hof van art. 94 lid 1 (oud) Rv. op het onderhavige exploot van betekening. Aan die bepaling (thans art. 122 Rv.) en het huidige art. 66 lid 1 Rv. ligt ten grondslag het beginsel dat indien een exploot lijdt aan een gebrek dat tot nietigheid daarvan leidt, dit rechtsgevolg slechts op zijn plaats is indien en voor zover dat gewenst is in verband met de bescherming van de belangen waarop de geschonden norm betrekking heeft (Memorie van Toelichting op art. 66 (1.6.20) Rv., Kamerstukken II 1999/2000, 26855, nr. 3, p. 76). Daarvan is sprake ingeval degene voor wie het exploot is bestemd, door het gebrek onredelijk is benadeeld in een belang dat door de geschonden norm wordt beschermd. Dat beginsel diende en dient ook toepassing te vinden op het geval dat de belastingschuldige op de voet van art. 17 Iw 1990 in verzet komt tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel en zich beroept op de nietigheid van de ingevolge art. 13 en 14 van deze wet verrichte betekeningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e28b3bdf660d7f59d36849b50efddb7baffc498aa3374a263d9ff544d9b9a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e28b3bdf660d7f59d36849b50efddb7baffc498aa3374a263d9ff544d9b9a16, en de alinea staat in dat document op bytes 12233 tot 13360.