Citaat | Hoge Raad 4 mei 2007

Alinea 45 Hoge Raad 4 mei 2007

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3091.

6.1 Het middel is gericht tegen het oordeel van het hof (rov. 11-14) dat aan toewijzing van de subsidiaire, meer subsidiaire en meest subsidiaire verzoeken van Jaczon voor de periode vanaf 1 augustus 2003 ten minste de eis moet worden gesteld dat voldaan is aan de voorwaarden waaronder een verhuurder van bedrijfsruimte waarop de bepalingen van art. 7:290 e.v. BW van toepassing zijn de huurovereenkomst kan beëindigen, en dat aan deze voorwaarden niet is voldaan zodat de gedane opzegging niet geldig is, art. 7:230a BW niet van toepassing is en Konmar niet-ontvankelijk is in haar inleidend verzoek. Volgens het middel is dat oordeel rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd10aecd5e6e21fa35aec7f09a1419bc57b0509c1d33a25beba249a60789b9bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd10aecd5e6e21fa35aec7f09a1419bc57b0509c1d33a25beba249a60789b9bd, en de alinea staat in dat document op bytes 15413 tot 16135.