Citaat | Hoge Raad 9 januari 2007

Alinea 44 Hoge Raad 9 januari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3329.

3.3. Voor zover het middel ervan uitgaat dat het Hof niet heeft geoordeeld dat de verdachte aanwezig is geweest bij de uitvoering van de vrijheidsberoving en zich daarvan dus niet heeft kunnen distantiëren, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Het Hof heeft immers overwogen dat de aangever door de daders, dus door de verdachte en zijn mededaders, is opgesloten. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag. Dat oordeel is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen - in het bijzonder het bij 3.2.3 onder (vi) weergegeven bewijsmiddel - ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd236a930290600f3a2135e9d571d5a498802e8a5de3b658ed597ab273bc569e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd236a930290600f3a2135e9d571d5a498802e8a5de3b658ed597ab273bc569e, en de alinea staat in dat document op bytes 16159 tot 16761.