Citaat | Hoge Raad 19 januari 2007

Alinea 32 Hoge Raad 19 januari 2007

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4162.

3.3 In eerste aanleg ging de rechtbank ervan uit dat de behoefte van de vrouw (in 2004) € 3.630,96 per maand beliep, zijnde € 2.949,57 (ƒ 6.500,--) per maand vermeerderd met de indexering. Ook het hof heeft (rov. 3 van de beschikking) aangenomen dat de behoefte van de vrouw (in 2004) € 3.630,96 per maand beliep. In dezelfde rechtsoverweging gaat het hof ervan uit dat de vrouw thans een AOW-uitkering en een eigen pensioenuitkering ontvangt, dat zij daarnaast met ingang van 1 april 2005 tevens een deel ontvangt van het door de man tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen, en dat het totaal van deze inkomsten van de vrouw € 2.949,57 bedraagt. Onderdeel 1 klaagt dat dit uitgangspunt van het hof zonder nadere motivering onbegrijpelijk is. Het onderdeel slaagt. Terecht voert het aan dat uit de processtukken niet kan worden afgeleid dat de genoemde inkomsten in totaal € 2.949,57 bedragen en dat het ernaar uitziet dat het hof het bedrag van de behoefte van de vrouw ten tijde van de echtscheiding (in 1994) verward heeft met het totaalbedrag van haar inkomsten met ingang van 1 april 2005.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ac8a57fc28387087f7b52176eb5240c652146d6062df61ee1c3b5506d524240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ac8a57fc28387087f7b52176eb5240c652146d6062df61ee1c3b5506d524240, en de alinea staat in dat document op bytes 8693 tot 9812.