Citaat | Hoge Raad 20 maart 2007

Alinea 24 Hoge Raad 20 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4756.

"Ik ben samen met mijn man eigenaar van [A], botenshop, gevestigd aan [a-straat 1] te [vestigingsplaats]. Zaterdag 2 augustus 2003 kwam er een man bij ons in de showroom. Ik weet het verhaal nog aardig goed omdat deze man de boot welke hij uitzocht dezelfde dag nog geleverd wilde hebben. Dat maak je niet vaak mee. Ik heb deze man aangesproken, het afhandelend gesprek heeft mijn man gedaan. Tijdens de onderhandelingen heb ik regelmatig bij de mannen gestaan, ik heb ook de koffie verzorgd. De boot werd verkocht zonder trailer. Toch wilde de man graag een trailer mee om de boot te vervoeren. Ik hoorde toen dat mijn man zei dat hij wel een trailer mocht lenen met die voorwaarde dat hij de trailer na het weekend weer terug zou brengen. De man stemde hiermee in. De factuur is toen door mijn man opgemaakt. Op deze factuur staat ook dat alleen de boot is verkocht, niet de trailer. Als wij een boot en trailer beiden verkopen dan wordt zowel de trailer als de boot op de factuur vermeld. Na dat weekend is er veelvuldig telefonisch contact geweest met [verdachte]. [Verdachte] heeft de trailer nooit meer terug gebracht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bdbe7dfff7b1deddeac6eec3458355b4c8e614de110c067bf125e2b73011937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bdbe7dfff7b1deddeac6eec3458355b4c8e614de110c067bf125e2b73011937, en de alinea staat in dat document op bytes 10275 tot 11413.