Citaat | Hoge Raad 20 maart 2007

Alinea 38 Hoge Raad 20 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4756.

3.5. Het ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak voor het (doen) ondervragen van getuigen, is een verzoek in de zin van art. 331, eerste lid, in verbinding met art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Die bepalingen zijn ingevolge art. 415 Sv ook in hoger beroep van toepassing. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. In het licht hiervan is de hierboven weergegeven afwijzing van het verzoek door het Hof - dat niet heeft aangegeven aan de hand van welke maatstaf het verzoek is afgewezen - ontoereikend gemotiveerd. Voor zover het middel hierover klaagt, is het gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bdbe7dfff7b1deddeac6eec3458355b4c8e614de110c067bf125e2b73011937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bdbe7dfff7b1deddeac6eec3458355b4c8e614de110c067bf125e2b73011937, en de alinea staat in dat document op bytes 15634 tot 16354.