Citaat | Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 37 Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5688.

3.3.2 Onderdeel 1c strekt ten betoge dat het hof, waar het de aard van de werkzaamheden van de vrouw in de genoemde periode mede beslissend heeft geoordeeld voor zijn oordeel dat de vrouw in die periode het voor haar toen maximaal haalbare aantal uren werkte, onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtengang en daardoor zijn beschikking op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd. Deze klacht slaagt, nu het hof aangaande de aard van de werkzaamheden van de vrouw voor be4kids in die periode niets heeft vastgesteld, terwijl de stellingen van de vrouw in de feitelijke instanties evenmin enig concreet gegeven daaromtrent inhouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81fcd6bf33eb05ed5e5b78531e695d035363fead24d798f67ee36d48fa93e261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81fcd6bf33eb05ed5e5b78531e695d035363fead24d798f67ee36d48fa93e261, en de alinea staat in dat document op bytes 9667 tot 10318.