Citaat | Hoge Raad 10 april 2007

Alinea 101 Hoge Raad 10 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5713.

3.3. Vooropgesteld moet worden (a) dat ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij als medepleger heeft deelgenomen aan het wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hetgeen uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, en (b) dat voor zo een bewezenverklaring niet is vereist dat de verdachte op de hoogte is geweest van de precieze gedragingen van zijn mededader(s). Gelet daarop kan onbesproken blijven de vraag waaraan het Hof zijn oordeel heeft ontleend dat de verdachte "gelet op zijn positie als bestuurder van de bus, ook moet hebben gezien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren gekneveld".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c, en de alinea staat in dat document op bytes 26270 tot 26976.