Citaat | Hoge Raad 10 april 2007

Alinea 60 Hoge Raad 10 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5713.

Ik ben aanwezig geweest bij een ontmoeting tussen Afrikaners en Zuid-Amerikanen. Dat was de trip die eindigde in Noordeloos. Die dag zijn we met een personenauto en een bus vertrokken. Ik zat eerst in de personenauto en later in de bus. Wij zijn eerst naar Almere gereden en daarna naar een polder, waarvan ik nu weet dat het bij de plaats Noordeloos was. Wij zouden bijeen komen om te praten. Wij zijn langs huizen gereden totdat wij compleet waren. Een van de Afrikaners is bij zijn huis opgehaald. Beide Afrikaners zijn aan de achterzijde van de bus, in de laadruimte, ingestapt. Ik heb gezien dat de Afrikaners waren geboeid. Toen ik vanuit de personenauto in de bus stapte, waren de handen en het gezicht van de Afrikaners al getapet. Toen ik in de bus stapte, heb ik vuurwapens gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c, en de alinea staat in dat document op bytes 16076 tot 16881.