Citaat | Hoge Raad 10 april 2007

Alinea 63 Hoge Raad 10 april 2007

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5713.

"Ik ben (het hof begrijpt: in november 1998) naar Nederland gevlogen en heb op Schiphol [verdachte] ontmoet. Hij was in gezelschap van voor mij onbekende Zuid-Amerikaanse mannen. De Zuid-Amerikanen zeiden dat een gesprek noodzakelijk was en dat [medeverdachte 2] daar ook bij moest zijn. We hebben [medeverdachte 2] opgehaald. [Medeverdachte 2] werd door de Zuid-Amerikanen gedwongen om er nog een persoon bij te halen. Ook zijn nog andere personen van huis gehaald. We zijn op verschillende adressen geweest, met de personenauto en een personenbusje. Later, toen ik zelf in het busje plaatsnam, zag ik dat de twee negroïde mannen tape in hun gezicht en bij hun handen hadden, zodat ze hun handen niet vrij konden bewegen. Ik vermoedde al dat er op dat moment geen sprake meer zou zijn van een gesprek."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd3ecd61ebd2fa51f41cb11f0b97b9feac475089a853a7daa35e87ca4cd6022c, en de alinea staat in dat document op bytes 17144 tot 17961.