Citaat | Hoge Raad 8 mei 2007
Alinea 34 Hoge Raad 8 mei 2007
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6708.
Het hof stelt vast, dat geen klacht is gedaan, noch door de wettelijk vertegenwoordiger, noch door het betrokken meisje zelf, die daartoe op grond van artikel 247 lid 3 juncto artikel 245 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht wel gerechtigd was. Dat is op zich begrijpelijk, nu in het opsporingsonderzoek is uitgegaan van misdrijven terzake van artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht, die ambtshalve vervolgbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36, en de alinea staat in dat document op bytes 10635 tot 11068.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94dd9087126d42c9a10e5b8c971ec92a6929e742ea797cba39aa92ecd994ad36 | shasum -a 256